Is de cv geschikt voor vrije beroepers?

werkerscoöperaties
09 oktober 2019
Werkerscoöperaties

In de jaren voor de totstandkoming van het nieuwe Wetboek Verenigingen en Vennootschappen (WVV) en ook in de memorie van toelichting werd er specifiek naar vrije beroepers verwezen die voor de CVBA kozen omwille ‘van de soepele in- en uittredingsregeling en een aantal andere flexibele mogelijkheden’.

Die flexibiliteit kan nu ook via de BV (Besloten Vennootschap) worden bereikt.

Wij ontkennen zeker niet dat er vele vrije beroepers waren die louter omwille van deze flexibiliteit kozen voor de CVBA. Deze zullen nu moeten kiezen voor een andere rechtsvorm.

Maar wij stellen duidelijk dat ook vrije beroepers die hun beroepsactiviteit willen uitoefenen via een coöperatieve onderneming die voldoet aan art. 6:1 WVV de rechtsvorm van de coöperatieve vennootschap (CV) kunnen aannemen. Enkele professoren vennootschapsrecht volgen dit. Zo ook Marleen Denef, professor in de gespecialiseerde master Vennootschapsrecht aan de KU Leuven-campus Brussel waar ze het vak ‘sociale ondernemingen’ doceert.

Want wij begrijpen niet hoe je iemand kan uitsluiten om coöperatief te ondernemen op basis van zijn sector of zijn specifieke activiteit. Zo zijn er vandaag enkele werkerscoöperaties van vrije beroepen die erkend zijn voor de Nationale Raad voor de Coöperatie. En CECOP, een van de sectorfederaties van de ICA (waarmee de wetgever wil aansluiten), vernoemt expliciet ‘doctors and lawyers’ als hun leden/doelgroepen.

Maar goed ook, er is immers een stijgende interesse en vraag naar ondernemingen in handen van de medewerkers: ‘werkerscoöperaties’ genaamd. Ook bepaalde vrije beroepers beginnen dit model te omarmen en kiezen heel bewust voor dit ondernemingsmodel.

Dit is een passage uit het artikel ‘De coöperatieve vennootschap: enkel voor de echte coöperaties?’. Daarin verduidelijken we het coöperatieve ondernemingsmodel en de bijzondere vennootschapsrechtelijke kenmerken van de coöperatieve vennootschap in het nieuwe WVV.