Hoe ervaren coöperanten de verplichte shiften in voedingscoöperaties?

Illustratie: coöperant helpt aan de kassa in voedingscoöperatie Vervicoop

Ogenschijnlijk paradoxaal: verplichte participatie van coöperanten verhoogt motivatie!

Betrokkenheid en participatie van coöperanten verhogen is belangrijk voor coöperaties. Zeker ook voor coöperatieve (voedings)winkels en supermarkten waar alle coöperanten actief meewerken, omdat participatie in de vorm van shiften integraal deel uitmaakt van hun lidmaatschap. De coöperanten zijn dus niet alleen klant en mede-eigenaar, maar werken ook, verplicht, een paar uur per maand mee in de supermarkt. Ze vullen bijvoorbeeld rekken aan, zitten aan de kassa, of verzorgen administratie of schoonmaak. Dankzij deze verplichte shiften en de besparing op loonkosten kunnen de producten goedkoper aangeboden worden dan in klassieke winkels met een vergelijkbaar aanbod aan vaak biologische, lokale en verpakkingsvrije voeding. Naar het voorbeeld van Park Slope Food die sinds de jaren ’70 in New York bestaat, zijn er in de laatste jaren ook in België enkele ontstaan.

Voor hun masterthesis onderzochten Kobe Theylaert en Emma Vannerom onder begeleiding van dr. Stefanie Friedel van het Kenniscentrum voor Coöperatief Ondernemen hoe deze verplichte vorm van participatie de ervaring van de coöperanten beïnvloedt en wat andere coöperaties uit dit model kunnen leren. Dit onderzoek gebeurde bij Coop Centraal, Beescoop en Bab’l Market.

Hoe ervaren coöperanten de verplichte shiften?

Voor hun onderzoek combineerden de masterstudenten inzichten uit de algemene motivatietheorie (zelfdeterminatietheorie), coöperatieve literatuur (de ‘Mutual Incentives Theory’ en de ‘Participation Chain’ van Birchall en Simmons) en wetenschappelijke inzichten over vrijwilligerswerk. Verder werden 17 actieve coöperanten van drie verschillende coöperaties in Brussel en Vlaanderen geïnterviewd.

Uit de interviews bleek dat de shiften de prijs van de producten verlaagden, maar dat dit voor de meeste respondenten niet de belangrijkste reden was om coöperant te worden. Voor de meesten was de motivatie om toe te treden tot de coöperatie sterk gelinkt aan hun waarden: velen zagen hun lidmaatschap van de coöperatie als een manier om een positieve impact te hebben op ecologisch of op sociaal vlak.

Op enkele kleine spanningen na, ervaarden alle respondenten de verplichte shiften als een positief aspect van hun lidmaatschap. Dankzij de shiften leerden coöperanten elkaar beter kennen en kregen ze een gevoel van ‘eigenaarschap’. Veel respondenten verwezen dan ook naar de coöperatie als ‘onze winkel’. Bij de geïnterviewde coöperanten versterkten de shiften dus hun motivatie.

Hoe die motivatie precies versterkt werd door de shiften, was verschillend voor de coöperanten. Voor wie al heel enthousiast was over het project, maakten de shiften de stap kleiner om extra engagementen op te nemen binnen de coöperatie, zoals deel uitmaken van een werkgroep. Op die manier groeiden het gemeenschapsgevoel en de motivatie nog meer. Voor coöperanten met een drukker leven of minder betrokkenheid in de coöperatie, zorgden de shiften (en vooral het verplichte aspect ervan) dan weer dat hun betrokkenheid niet volledig vervaagde en de band met de coöperatie behouden bleef.

Hoewel de respondenten de verplichte shiften overwegend positief ervaarden, erkenden ze dat deze vorm van verplichte participatie een barrière kan vormen voor anderen om coöperant te worden. Inderdaad was het ondanks inspanningen moeilijk gebleken om minder gemotiveerde of ex-coöperanten te interviewen, die mogelijks afhaken net omwille van de shiften. Toch vonden de meeste deelnemers aan deze studie het belangrijk om een verplichte vorm van participatie te behouden, net om het unieke karakter en gemeenschapsgevoel van de coöperatie te waarborgen.

Op basis van het onderzoek kan dan ook de vraag gesteld worden in hoever participatieve voedingscoöperaties effectief duurzame voeding toegankelijker maken, of onbedoeld het huidige, neoliberale voedselsysteem in stand blijven houden doordat ze tot nu toe vooral een elite bereiken van hoger opgeleide mensen met een hoger inkomen. Verder onderzoek over de toegankelijkheid van dergelijke coöperaties is bijgevolg nodig.

Wat kunnen andere (consumenten)coöperaties hieruit leren?

  • Hoewel het paradoxaal lijkt, kan verplicht meewerken in de coöperatie de motivatie van de coöperanten versterken. Door het samenwerken met andere coöperanten en het begrijpen van de dagelijkse werking, ontstaat een gemeenschapsgevoel en een gevoel van eigenaarschap. Coöperaties die de coöperantenbetrokkenheid willen verhogen, kunnen dus een vorm van verplichte participatie overwegen. Zelfs voor meer technische consumentencoöperaties, zoals energiecoöperaties, zouden de coöperanten bijvoorbeeld ingezet kunnen worden bij reclamecampagnes of andere acties. Wanneer de verplichting om mee te werken onwenselijk of onhaalbaar blijkt, zou een coöperatie de coöperanten kennis kunnen laten maken met de dagelijkse werking. De coöperanten in het onderzoek vonden het bijvoorbeeld interessant om te weten wat zich achter de schermen van ‘hun’ winkel afspeelde.
  • Experimenteer met laagdrempelige manieren om coöperanten inspraak te geven. Uit het onderzoek bleek dat de coöperanten veel waarde hechtten aan een goede organisatie van de shiften. Coöperanten zouden hun ideeën over mogelijke verbeterpunten voor de organisatie dan ook op een laagdrempelige manier moeten kunnen delen.
  • Houd rekening met de diversiteit aan coöperanten. Uit het onderzoek bleek dat sommige coöperanten geen tijd of interesse hebben om naast de verplichte shiften op andere manieren te participeren, terwijl de verplichte shiften voor anderen die drempel net verlaagden. Coöperaties kunnen dus niet verwachten dat elk coöperant even actief betrokken wil zijn in alle aspecten van de organisatie.


Selectie van bronnen:

Birchall, J., & Simmons, R. (2004). What Motivates Members to Participate in Cooperative and Mutual Businesses? Annals of Public and Cooperative Economics, 75(3), 465–495.
Gallant, K., Smale, B., & Arai, S. (2017). Measurement of feelings of obligation to volunteer: The Obligation to Volunteer as Commitment (OVC) and Obligation to Volunteer as Duty (OVD) scales. Leisure Studies, 36(4), 588–601.
Sanz-Cañada, J., Yacamán-Ochoa, C., & Pérez-Campaña, R. (2024). Are agroecological cooperative supermarkets an alternative for scaling sustainable food? Frontiers in Sustainable Food Systems, 8, 1395819


Een meer wetenschappelijke, Engelstalige samenvatting van deze masterthesis werd gepubliceerd op de blog van het Kenniscentrum voor Coöperatief Ondernemen. Wil je graag meer informatie, of deze masterthesis integraal ontvangen? Contacteer kco@kuleuven.be.




Blijf op de hoogte van de coöperatieve wereld

Abonneer je op onze nieuwsbrief Cera Coop News